Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea

1945-1962

Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea
© Nederlands Instituut voor Militaire Historie, Den Haag

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Nederlands zijn koloniale gezag over Nederlands-Indië tijdelijk kwijtgeraakt. Op 17 augustus 1945, twee dagen na de Japanse capitulatie, riepen de Indonesische leiders Soekarno en Hatta de onafhankelijke Republiek Indonesië uit. Nederland probeerde vanaf 1946 zijn gezag met politieke en militaire middelen te herstellen om zo een geleidelijk dekolonisatieproces onder Nederlandse leiding af te dwingen. Ondanks de inzet van ruim 200.000 militairen raakte Nederland eind 1949 het grootste deel van zijn belangrijkste kolonie kwijt. Alleen op het westelijk deel van Nieuw-Guinea bleef de Nederlandse vlag wapperen. Toen in 1962 over het gezag van Nieuw-Guinea een grootschalig militair treffen met Indonesië dreigde, gaf Nederland echter ook dit overzeese gebiedsdeel deel op.

Dekolonisatieoorlog

Met een mengsel van onderhandelingen en militaire druk probeerde de Nederlandse regering na 1945 de Republiek Indonesië tot een compromis te bewegen: een geleidelijke dekolonisatie met waarborgen voor Nederlandse belangen. Toen overleg te weinig opleverde, zette Nederland medio 1947 een grootscheeps offensief in: 'de eerste politionele actie'. De Indonesische nationalisten ontweken de aanval en vochten verder als guerrilla’s. Een nieuwe onderhandelingsronde mislukte ook. Eind 1948 koos Nederland voor een 'tweede politionele actie'. Maar dat leidde alleen tot een steeds grimmiger guerrilla. Tevergeefs zochten Nederlandse militairen de strijd tegen een ongrijpbare vijand. Bovendien verloor Nederland zijn politieke krediet bij de VS en de VN. Ons land had geen andere keus dan de soevereiniteit over te dragen. Alleen Nieuw-Guinea bleef onder Nederlands gezag, als pleister op de wond.

Troepen

De militairen van het koloniale leger, het KNIL, werden direct uit Japanse krijgsgevangenschap weer ingezet. Grootscheepse troepenzendingen uit Nederland waren echter nodig. Als eerste vertrokken tienduizenden oorlogsvrijwilligers en de Mariniersbrigade. Vanaf eind 1946 vertrok de ene lichting dienstplichtigen na de andere. Pas in 1950-1951 kwamen zij terug. Velen dienden langer dan drie jaar in de oorlog overzee. En al viel met hun vertrek het doek voor Nederlands-Indië, voor veel veteranen bleef het boek open: geweld van beide kanten, de Molukse kwestie en veteranenzorg bleven onderdeel van hun leven.

Bastion Nieuw-Guinea

In de jaren vijftig groeiden de politieke spanningen tussen Indonesië en Nederland over Nieuw-Guinea. Indonesië wilde ook het gezag over dit deel van het oude Nederlands-Indië, Nederland wilde het niet kwijt. De Koninklijke Marine was sinds 1955 verantwoordelijk voor de verdediging. Vanaf 1958 kreeg zij hulp van land- en luchtmacht. Begin jaren zestig kreeg het conflict steeds meer een militair karakter. Indonesië voerde infiltraties uit. Confrontatie met Nederlandse en Papoea-eenheden bleven niet uit. In 1962 leek Indonesië aan te koersen op een invasie. Nederland wilde geen oorlog voeren om Nieuw-Guinea, zeker niet zonder steun van de VS. Het nam uiteindelijk zijn verlies en droeg zijn gezag over.

Duur van de missie
3 december 1945 – 23 november 1962
Aantal militairen
240.000
Dodelijke slachtoffers
6.248
Kaart Nederlands Indie